30 miljoen fietsers dagen overheid uit.

Bijna 1 op 2 fietsen die in België verkocht worden, zijn elektrisch. In Nederland geldt dat voor vier op de tien verkochte fietsen. De e-bike is enorm populair. Samen met de andere type fietsen komt de teller van het aantal fietsen op 30 miljoen te staan. Die massa een veilige plek op de al zo overvolle weg geven, is voor Vlaanderen en Nederland een lastige opgave. 

Tegenwoordig kom je fietsen in alle soorten en maten tegen. Voortdurend komen er fietsers bij. Meer fietsers betekent drukkere fietspaden. Bovendien komt de snelheid van, o.a. e-bikes, hoger te liggen. Die twee zaken maken dat fietsers kwetsbaarder worden. Alle fietsers en het andere verkeer een goede, veilige plek geven op de rijbaan is dan ook een grote uitdaging voor overheden.

Fietsveiligheid komt van twee kanten

Bij fietsen moet je continue letten op het verkeer rondom jou. Dat is stresserend en het bevordert de veiligheid zeker niet. Daarnaast zijn fietspaden vaak te smal of te oneffen, er staan soms paaltjes op het fietspad of het is niet duidelijk waar je moet fietsen. De infrastructuur is dus vaak niet voldoende aangepast aan fietsers.

Alle onveilige situaties afschuiven op de overheid is een beetje kort door de bocht. Fietsveiligheid hangt niet enkel af van de infrastructuur maar ook van de fietser zelf. Vooral waar fietsers baas zijn, zoals in het centrum van gemeenten en steden, vergeten ze soms dat ook zij zich aan een wegcode moeten houden. Soms botsen fietsers tegen elkaar terwijl het fietspad nochtans breed genoeg is. Fietsveiligheid moet daarom van twee kanten komen: van de overheid en van de fietser.

5 dingen die jij en de overheid kunnen doen om de fietsveiligheid in het verkeer te verhogen:

1. Gebruik je armen

Wie rechts of links wilt afslaan, moet vooraf een signaal geven. Automobilisten pinken, fietsers steken de arm uit. Dat is verplicht, behalve als het echt niet mogelijk is. Stel dat je op een heel slecht wegdek rijdt en je je evenwicht dreigt te verliezen dan hoef je dat niet te doen.

Sommige fietsers beseffen helemaal niet dat automobilisten en fietsers die vlak achter hen rijden niet kunnen voorspellen of ze naar links of naar rechts gaan. Steek daarom dus je arm uit als je wilt afslaan. Doe je dat niet, dan loop je een groter risico op een ongeval.

2. Rustig inhalen

Veel fietsers klagen over te snelle fietsers die onverwacht voorbijsteken zonder te bellen of een sein te geven. Beeld je in dat je rustig aan het rijden bent op een fietspad en je plots, zonder pardon, van de wielen wordt gereden door een koersfietser of Speed Pedelec. Het gevolg is dat je schrikt en uitwijkt waardoor je (bijna) valt. Dat is natuurlijk niet prettig. De snellere fietser die jou heeft ingehaald is er zich vaak niet van bewust hoe hard je kan verschieten doordat hij of zij net langszij voorbij zoeft .

Daarom zou de ongeschreven inhaalregel voor fietsers hard moeten gemaakt worden. Die regel zegt dat fietsers elkaar pas mogen inhalen als ze eerst vertragen, dan bellen en de voorliggende fietser uitwijkt naar rechts of een teken geeft.

3. Beperk de snelheid

Een klassieke fietser fietst gemiddeld 15 km/h, een e-bike haalt 25 km/h, een Speed Pedelec kan tot 45 per uur en auto’s rijden nog sneller. Daarom pleit de Nederlandse fietsersbond voor een 30-kilometerzone in de bebouwde kom. Op die manier heb je meer opties om het verkeer anders in te delen. Volgens de voorgestelde regel blijven de meest kwetsbaren op de fietspaden fietsen terwijl de snelle fietsers op de rijbaan kunnen.

De Nederlandse Fietsersbond wijst ook naar de intelligente snelheidsassistentie in auto’s die kan bijdragen tot meer fietsveiligheid. In het Europese Parlement ligt een voorstel klaar om dat intelligente systeem vanaf 2022 te installeren in alle nieuwe auto’s. Geen te snelle auto’s meer waar fietsers passeren? Dat is toch de ideale wereld!

Bekijk de reportage over fietsveiligheid: ‘Pano’ fietst op onze overvolle wegen, wat kunnen wij van Nederland leren?

4. Meer fietsstraten

Fietsstraten zijn in opmars. Overal in België en Nederland duiken zo’n straten op waar gemotoriseerd verkeer ten allen tijde voorrang moet verlenen aan fietsers. Het wegdek is aangeduid met een rode kleur.

In de fietsstraat mogen fietsers elkaar voorbijsteken. Snelle elektrische fietsers of Speed Pedelecers mogen andere fietsers niet voorbijgaan. Dat komt omdat de wet bepaald dat een snelle elektrische fiets gelijk is aan een bromfiets. Bovendien slikken fietsstraten veel fietsers in beide richtingen. Als daar een snelle elektrische fietser aan 30 of 40 per uur veel tragere fietsers voorbijsteekt, dan is de kans op frontale of fatale botsingen zeer groot.

5. Bredere fietspaden

Er komen meer verschillende types fietsen op het fietspad. Cargobikes, ligfietsen, e-bikes, driewielers… . De fietsfamilie groeit en elk lid moet zich veilig voelen in het verkeer. Dat stelt natuurlijk hogere eisen aan de infrastructuur. De huidige fietspaden zijn vaak te smal en oncomfortabel. Denk maar aan het ‘moordstrookje’, een niet-afgescheiden fietspad langs de baan van amper een halve meter breed. Om de veiligheid van elk type fietser te garanderen, moet je dus de verkeersruimte op een andere manier indelen.

Wat die andere indeling van de verkeersruimte is, hangt af van overheid tot overheid. Wel staat vast dat bredere fietspaden noodzakelijk zijn. In Nederland hebben ze dat alvast begrepen. Daar heb je aan beide kanten van de weg tweerichtingsfietspaden. In Vlaanderen is dat meestal maar in een richting.

Of het nu een- of tweerichting is, maakt op zich niet veel uit. Het is vooral de breedte en de ondergrond die comfort geven aan de fietser en dus van belang zijn. Vlaanderen en Nederland opteren voor betonnen of geasfalteerde fietspaden waarbij de breedte een algemene leidraad heeft van 1m per fietser, 2m per 2 fietsers enz.

Vooral op wegen in Vlaanderen waar het fietspad vaak niet verhoogd of afgescheiden van de rijweg is, bedraagt de breedte soms maar een halve meter. Veel te smal als je de leidraad erbij haalt. In tegenstelling tot Vlaanderen, schenkt Nederland meer comfort aan fietsers met genereuze roze geschilderde, afgescheiden geasfalteerde fietsstroken.

Fietspaden verbreden is in beide landen nog een hele operatie. Hoe graag we fietspaden ook willen verbreden, het kan niet overal. Een breder fietspad betekent in veel gevallen onteigening van gronden. Onteigenen doen overheden niet graag. Daarom is het de taak van de overheid om straten anders in te delen. Vraagstukken over meer parkeerplaats voor auto’s, meer plaats voor fietsers, autoluwe straten, fietsstraten of zone-30’s steken dan de kop op. Wat er juist gebeurt, beslist de overheid.

Een goed alternatief voor gewone fietspaden, zijn fietssnelwegen. Vlaamse en Nederlandse overheden investeren daar de laatste jaren meer en meer in. Een fietssnelweg ligt ver weg van de drukke rijbaan en meestal kunnen er 2 fietsers naast mekaar rijden. Daardoor wordt de fiets, in het bijzonder de (snelle) e-bike, interessant om snel van A naar B te sjezen.

6. Fietslessen

Fietsers begaan ontelbaar veel verkeersovertredingen, maar ze weten het vaak niet. Voor een hogere fietsveiligheid moet niet enkel de overheid maar ook de fietser zijn steentje bijdragen. Dat kan door de fietsregels goed te bestuderen en hoffelijk te zijn voor collegafietsers en andere weggebruikers. Op fietsen staat geen leeftijd. Een schoolvak over fietsregels in bijvoorbeeld de lagere school verhoogt de veiligheid van kinderen in het verkeer. Hoe eerder iemand de verkeersregels kent, hoe veiliger hij of zij op de baan is.

Momentum

Zowel in Vlaanderen als in Nederland is er nog veel werk aan veilige fietspaden. Omdat verandering in veel steden en gemeenten op zich laat wachten, ontstaan er burgerwegingen die druk uitoefenen op de beleidsmakers. In Nederland was er in de jaren ’70 al een momentum om resoluut te kiezen voor fietssteden. Is 2019 het momentum voor Vlaanderen?

Fris hier je verkeerskennis op met de Belgische en Nederlandse fietsregels.